Toen Halbe Zijlstra vier jaar geleden (2011) aankondigde om 200 miljoen euro te gaan bezuinigen op de cultuursector was het commentaar niet van de lucht. Zijn voorstel werd als levensbedreigend door de sector ervaren.

FNV Kiem sprak over een amputatie van de cultuursector waardoor veel cultuurinstellingen zouden verdwijnen. Groen links kamerlid Mariko Peters vond het een dolk in de rug van de sector. Volgens Jette Kleinsma (PvdA) zou dit beleid tienduizenden extra werklozen als gevolg hebben en SP-er Jasper van Dijk noemde het een bomaanslag op de cultuursector (bron: artikel Trouw 10/6/2011)

Nu, 4 jaar later, blijkt het allemaal erg mee te vallen. In een rapport van de Rekenkamer is te lezen dat van de 137 instellingen die geen rijkssubsidie meer ontvangen er maar 37 zijn gestopt. De bezoekersaantallen zijn hoger terwijl er zelfs 73 miljoen euro meer is bezuinigd dan de bedoeling was. En, geloof het of niet, ook de inkomsten zijn met 28 procent gestegen.

Het voorgaande toont aan dat bezuinigingen niet per definitie slecht zijn. En dat de cultuursector veel meer in haar mars heeft dan zij zelf dacht. In het bedrijfsleven moet men, onder druk van de markt, innovatief blijven. Dit geldt niet voor instellingen die door de overheid worden betaald. De bezuinigingen waren het vliegwiel naar innovatie en creativiteit, die anders niet hadden plaatsgevonden.

Samenvattend heeft het beleid van Halbe Zijlstra gewerkt. Als de bezuinigingen waren teruggedraaid was er niets veranderd. Door zijn beleid is de sector creatiever, inventiever en innovatiever geworden. Bezuinigingen leiden tot innovatie.  Als het aan de socialisten had gelegen was er niet bezuinigd en was alles gebleven zoals het was. Zij noemen dat progressief.

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief!

Ben je geinteresseerd in mijn blog en wil je op de hoogte blijven van mijn (politieke) activiteiten en opvattingen? Schrijf je dan in voor mijn nieuwsbrief. 

Hartelijk dank voor je inschrijving. Vanaf nu houdt ik je op de hoogte.